Letten honden op het visuele perspectief van mensen?

Het recente onderzoek naar de intelligentie of cognitie van honden heeft tot allerlei nieuwe en boeiende inzichten geleid over de mentale vaardigheden van de hond. Ik vind het dan ook altijd een feest om deze studies te presenteren tijdens mijn lezingen en mensen deze kennis over te dragen. Zaterdag 25 mei wijd ik er weer een hele dag aan tijdens de eerste Dierlijke Lezingdag die ik in Amsterdam organiseer.

De resultaten van al deze nieuwe onderzoeken laten zien dat honden vooral uitblinken op het gebied van sociale intelligentie. Een van de vraagstukken binnen dit onderzoeksgebied is wat honden eventueel zouden snappen van het visuele perspectief van mensen. Kunnen honden begrijpen wat mensen zien en houden ze daar rekening mee in hun eigen gedrag? Vormen ze zich een mentale representatie, dat wil zeggen een cognitief, mentaal plaatje, van mensen als wezens die kunnen zien en letten ze dan op wat mensen wel of niet kunnen zien? Of hebben ze helemaal geen notie van mensen als mentale wezens met gezichtsvermogen en leren ze alleen eenvoudige associatieregels zoals “ogen van mens zichtbaar” betekent “kans op straf”?

Titelpagina Dogs steal in the darkEr zijn inmiddels aan de verschillende onderzoeksinstituten in de wereld die zich bezighouden met de intelligentie van honden meerdere studies gewijd aan dit vraagstuk. De resultaten daaruit zijn niet altijd even duidelijk of eenduidig te interpreteren. Eind vorig jaar werd een nieuwe studie gepubliceerd waarvan de uitkomsten met grote waarschijnlijkheid wijzen op een echt begrip van het visuele perspectief van de mens. Het betreft hier het artikel Dogs steal in the dark in het vaktijdschrift Animal Cognition, geschreven door de onderzoekers Juliane Kaminski (nu verbonden aan de University of Portsmouth in Engeland), Andrea Pitsch en Michael Tomasello.

De opzet van deze studie was als volgt. Een hond werd in een kamer gebracht waar een onderzoeker een stuk voer op de grond legde, de hond duidelijk verbood het stuk voer op te eten door met strenge, lage stem ‘Aus’ of ‘Nein’ te zeggen en vervolgens ging de onderzoeker twee meter achter het voer op de grond zitten en stil voor zich uit staren. De verlichting van de ruimte werd dan gevarieerd, zodat er vier verschillende condities ontstonden. In de eerste conditie waren de lichten in de kamer uit, zodat zowel het voer als de onderzoeker verduisterd waren. In de tweede conditie werd de mens verlicht, maar was het voer donker. In de derde conditie was het voer verlicht en zat de mens in het donker. In de vierde en laatste conditie waren zowel de mens als het voer verlicht. Vervolgens werd er (met infrarode camera) gefilmd hoe de hond zich in de vier condities gedurende 120 seconden gedroeg. Er werd vastgesteld hoe vaak de honden het voer stalen en hoe snel ze dat deden.

dogsstealindark

De vier condities van het experiment

De studie werd uitgevoerd in het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie aan de universiteit van Leipzig in Duitsland. Er deden 28 honden mee aan het experiment, 14 vrouwelijke en 14 mannelijke honden. Ze waren tenminste 1 jaar oud, maar verder varieerden de honden qua leeftijd en hondenras. De honden waren huisdieren. Hun “eigenaren” (ik houd niet van het woord “eigenaar” waar het andere dieren betreft) werden niet ingelicht over het concrete doel van de studie en waren ook niet aanwijzig tijdens het experiment.

Honden stelen vooral voer in het donker

De honden stalen het voer significant het meest in de conditie waarbij zowel het voer als de mens donker was, en het minst wanneer het voer en de mens allebei verlicht waren. Wanneer deze twee condities met elkaar werden vergeleken, bleken ze 4x vaker het voer in de donkere conditie te stelen dan in de lichte conditie. Ook keken ze naar de snelheid van de honden bij het stelen van het voer. Daaruit bleek dat de honden meer aarzelden wanneer het voer verlicht was dan wanneer het donker was. Of de mens verlicht was of niet maakte geen verschil uit voor hun snelheid. Als het voer verlicht was stalen ze het voer minder en hadden ze daar meer aarzeling bij. De honden stalen het voer gemiddeld binnen 25 seconden in de conditie waarbij zowel het voer als de mens verduisterd waren en toonden een duidelijke aarzeling in de conditie waarbij beide verlicht waren: gemiddeld 40 seconden. De interpretatie van deze resultaten is dat de honden dit doen, omdat ze er in hun hoofd rekening mee houden dat wanneer het voer verlicht is, de mens hen kan zien stelen. Het gedrag van de honden kan niet verklaard worden door een eenvoudige associatieregel als “zijn de ogen van de mens zichtbaar, dan moet ik niet stelen, want kan er straf volgen.” Want in dat geval zouden ze met name stelen wanneer de mens niet verlicht was en zouden ze dan juist minder aarzeling bij het stelen vertonen, het tegenovergestelde van de daadwerkelijke uitkomsten.

Zoals in deze studies vrijwel altijd het geval is (en in wetenschappelijk onderzoek in het algemeen), leiden de resultaten van een experiment weer tot nieuwe vragen. Zou het in deze studie namelijk niet zo kunnen zijn dat de honden dan wel niet letten op het verlicht zijn van de ogen van de mens, maar dat ze vooral voer in het donker stelen omdat ze een negatieve associatie hebben met voer wat verlicht is? Met andere woorden, is er geen eenvoudigere verklaring voor het gedrag van de honden dan dat ze een concept hebben van het visuele perspectief van de mens? Een simpelere interpretatie van het stelen in het donker zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de honden vanuit hun ervaringen in het verleden hebben geleerd dat licht een aversieve stimulus is en stelen in het licht zijn gaan associeren met een grotere kans op gestraft worden door de mens, en ze op die manier geleerd hebben dat stelen in het donker daarom minder kans geeft op straf?

Om deze vraag te beantwoorden zetten de onderzoekers een vervolgexperiment op. De opzet was hetzelfde als in het eerste experiment, alleen ging de onderzoeker nu na het verbieden van het eten van het voer de kamer uit, zodat de hond alleen achterbleef met het verleidelijke verboden voer. Nu waren er twee condities: het voer was verlicht of donker. Voor dit vervolgexperiment werden 12 andere honden ingezet (6 mannen en 6 vrouwen) die “naïef” waren, dat wil zeggen, honden die nog niet eerder aan deze testopzet waren blootgesteld. De resultaten van dit tweede experiment waren dat de honden zowel het verlichte als het donkere voer stalen en opaten, maar dat ze dit juist sneller deden wanneer het voer verlicht was (binnen gemiddeld 6,5 seconden als het verlicht was, tegenover gemiddeld 9,5 seconden als het voer donker was). Dit wijst erop dat de honden dus geen eenvoudige negatieve associatie hadden bij het verlichte voer, want dan zouden ze het verlichte voer juist minder en met meer aarzeling stelen. Aangezien er op deze manier kan worden uitgesloten dat het gedrag van de honden te verklaren is door een eenvoudige associatieregel bij verlicht voer, mogen we voor dit moment aannemen dat de honden in deze studie een cognitief beeld hebben van mensen als wezens die kunnen zien en dat zij een mentale link kunnen maken tussen het verlicht of verduisterd zijn van verboden voer en het visuele perspectief van de mens. Voer in het donker kan de mens niet zien, dus denkt de hond dat er minder kans op straf is van de mens als hij of zij het dan steelt. Honden blijken dus echt een idee van wat de mens kan zien of niet en passen hun eigen handelen daarop effectief aan.

Juliane Kaminski, Andrea Pitsch & Michael Tomasello. Dogs steal in the dark. Animal Cognition. Published online: 20 November 2012. DOI 10.1007/s10071-012-0579-6

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s